Vroeger toen er nog geen tv-uitzending overdag, laat staan internet was, was Mr. G.B.J. Hiltermann vaste gast tijdens het zondagse noenmaal. Zijn radioprogramma De toestand in de wereld, uitgesproken met karakteristieke stem kunnen veel Nederlanders nog heugen.
Dat is in tegenstelling tot deze blog, waarvan we de beschreven toestand maar zo snel mogelijk moeten vergeten.
Inmiddels zijn de woningmarktcijfers van het kadaster ook gepubliceerd en dat is voor iemand waarvan een van zijn weinige hobby’s statistiek is, interessant om uit te pluizen.
Ik heb het laatste jaar voor de crisis, 2007, vergeleken met 2011. Een lustrum om niet te vieren.
Het aantal woningtransacties in Zeeland daalde van 5133 naar 3311 (-35%). De prijsdaling viel nog redelijk mee, volgens het kadaster van 201.000 naar 198.000. Nominaal is dat dan bijna het zelfde, ware het niet, dat de inflatie in die tijd met ruim 9% gestegen is (Bron: CBS).
De NVM splitst de transactieprijzen uit naar de gebieden onder en boven de Westerschelde. In Zeeuws-Vlaanderen steeg de gemiddelde prijs in die 5 jaar van € 156.000 naar € 167.000. De inflatie werd hier enigszins bij gehouden. In Midden- en Noord-Zeeland daalden de prijzen van € 223.000 naar € 183.000. Het percentage wens ik niet uit te rekenen.
Het marktaandeel van de NVM in Zeeland steeg van 38% naar 42%. Als voorzitter van de NVM afdeling Zeeland ben ik daar uiteraard blij mee, maar ik hoef er geen credits voor, want dat was zonder mij ook wel gebeurd.
Ik reken het ook tot mijn taak om uit te zoeken waar in 2011 de duurste woningen zijn verkocht. Voor huizen was dat in Domburg; een vrijstaand huis op pakweg 1500 m voor de prijs van 2,1 miljoen Euro. Het duurste appartement van vorig jaar staat aan de waterkant van Terneuzen. Dat is verkocht voor € 875.000 en dat is een prestatie van formaat. Beide panden staan op behoorlijk eenzame hoogte. Aan particulieren zijn er 5 huizen boven 1 miljoen Euro verkocht en 10 appartementen boven de 5 ton.
Een goede toestand voor kopers!
Mark Faasse
Posts tonen met het label NVM. Alle posts tonen
Posts tonen met het label NVM. Alle posts tonen
dinsdag 7 februari 2012
donderdag 17 november 2011
Stedelijke woningmarkt positiever
Woningen in stedelijk gebied hebben een betere prijsontwikkeling dan woningen op het platteland. Hoe landelijker een woning ligt, des te lager zal de prijsontwikkeling zijn.
Onlangs verscheen het onderzoek hiernaar door Jordy Velzeboer, die hiermee recentelijk afstudeerde aan de Universiteit van Amsterdam. Hij maakte daarbij gebruik van de database van de NVM, het moet nog maar eens gezegd, de meest uitgebreide database op het gebied van woningtransacties. Hij onderzocht de prijsontwikkeling van 2000 tot en met mei van dit jaar; daarmee is het uiterst actueel.
Locatie, locatie, locatie
Er zijn allerlei factoren van invloed op de prijs van een huis, en een belangrijke daarvan is de locatie. Die locatie wordt bepaald door fysieke kwaliteiten: water, uitzicht, klimaat, verkeersgeluid etc. en voorzieningen in de omgeving, zoals afstand tot winkels en scholen. Dit onderzoek gaat echter verder, en er wordt aangetoond, dat ook de ontwikkeling van de prijs verschilt en wel met de mate van stedelijkheid. Velzeboer vergeleek daarvoor het aantal adressen per km2. Meer dan 2500 adressen per km2 is zeer stedelijk, minder dan 500 adressen km2 is zeer landelijk.
Sinds 2000 heeft het platteland een waardestijging doorgemaakt van 22,6% in de onderzochte periode. Gebieden met de hoogste urbanisatiegraad noteerden een stijging van maar liefst 38,3%. Het cijfer voor heel Nederland is 30%.
Velzeboer ziet als verklaring dat er een trek is van het platteland naar de stad. Immers, waar meer vraag is, zullen de prijzen hoger liggen. De grondprijzen indiceren dit ook.
Dat is geen goed nieuws voor krimpgebieden.
Een ander recent onderzoek van RIGO, onder andere naar Zeeuws-Vlaanderen, toonde aan, dat een relatieve prijsverlaging een van de eerste indicatoren van krimp is. De conclusie daarvan was, dat de woningprijzen in de beginfase van krimp een sterkere daling ondergaan, maar daarna stabiliseren op een lager niveau.
Voor Zeeland houdt de conclusie van Velzeboer in, dat je beter kunt investeren in een woning in Terneuzen of Vlissingen, dan in bij voorbeeld Veere of Schuddebeurs. Dit zal veel Zeeuwen een beetje raar in de oren klinken. Gelukkig wordt de keuze voor een woning niet in de eerste plaats afgemeten aan het economisch rendement op de lange termijn.
Mark Faasse
Onlangs verscheen het onderzoek hiernaar door Jordy Velzeboer, die hiermee recentelijk afstudeerde aan de Universiteit van Amsterdam. Hij maakte daarbij gebruik van de database van de NVM, het moet nog maar eens gezegd, de meest uitgebreide database op het gebied van woningtransacties. Hij onderzocht de prijsontwikkeling van 2000 tot en met mei van dit jaar; daarmee is het uiterst actueel.
Locatie, locatie, locatie
Er zijn allerlei factoren van invloed op de prijs van een huis, en een belangrijke daarvan is de locatie. Die locatie wordt bepaald door fysieke kwaliteiten: water, uitzicht, klimaat, verkeersgeluid etc. en voorzieningen in de omgeving, zoals afstand tot winkels en scholen. Dit onderzoek gaat echter verder, en er wordt aangetoond, dat ook de ontwikkeling van de prijs verschilt en wel met de mate van stedelijkheid. Velzeboer vergeleek daarvoor het aantal adressen per km2. Meer dan 2500 adressen per km2 is zeer stedelijk, minder dan 500 adressen km2 is zeer landelijk.
Sinds 2000 heeft het platteland een waardestijging doorgemaakt van 22,6% in de onderzochte periode. Gebieden met de hoogste urbanisatiegraad noteerden een stijging van maar liefst 38,3%. Het cijfer voor heel Nederland is 30%.
Velzeboer ziet als verklaring dat er een trek is van het platteland naar de stad. Immers, waar meer vraag is, zullen de prijzen hoger liggen. De grondprijzen indiceren dit ook.
Dat is geen goed nieuws voor krimpgebieden.
Een ander recent onderzoek van RIGO, onder andere naar Zeeuws-Vlaanderen, toonde aan, dat een relatieve prijsverlaging een van de eerste indicatoren van krimp is. De conclusie daarvan was, dat de woningprijzen in de beginfase van krimp een sterkere daling ondergaan, maar daarna stabiliseren op een lager niveau.
Voor Zeeland houdt de conclusie van Velzeboer in, dat je beter kunt investeren in een woning in Terneuzen of Vlissingen, dan in bij voorbeeld Veere of Schuddebeurs. Dit zal veel Zeeuwen een beetje raar in de oren klinken. Gelukkig wordt de keuze voor een woning niet in de eerste plaats afgemeten aan het economisch rendement op de lange termijn.
Mark Faasse
Labels:
database,
Krimp,
NVM,
Velzeboer,
woningmarkt,
Zeeuws-Vlaanderen
zaterdag 5 november 2011
Nea Dimokratia en de NVM
Nea Dimokratia is de naam van de grootste Griekse oppositiepartij. De Grieken zijn de uitvinders van de democratie, maar in de jaren ’70 werden ze nog geregeerd door een kolonelsregime. Frappant is, dat vorige week de legertop ontslagen is. Papandreou mag nog even blijven en het ziet er naar uit dat de Griekse volksvertegenwoordigers iets gaan doen, wat niet de wil van het Griekse volk weerspiegelt; namelijk de door IMF en Merkozy opgelegde maatregelen uitvoeren. In een representatieve democratie moeten de vertegenwoordigers soms besluiten nemen, die zij noodzakelijk vinden, maar slecht liggen bij de achterban.
Binnen het CDA geldt in een aantal gevallen het One Man One Vote (OMOV) principe. Dat is natuurlijk best gevaarlijk, want een stemming kan dan beïnvloed worden door een toevallig hoge opkomst van voor- of tegenstanders van een standpunt. Toen het CDA vorige jaar over het kabinet Rutte moest gaan stemmen, werden de spelregels tussentijds niet veranderd, men hield vast aan het OMOV-principe en met een tweederde meerderheid werd ingestemd met het huidige kabinet. Een prachtig staaltje partijdemocratie, dat live op tv werd uitgezonden.
Binnen de NVM kennen we een gewogen stem per afdeling. Er zijn pakweg 3600 wonenmakelaars en de stem van Zeeland, waar we 55 leden hebben, telt dus voor 1,5%. Bij de landelijke stemming dient de vertegenwoordiger dan aan te geven hoe er binnen de afdeling gestemd wordt. Bij voorbeeld 60% voor, 40% tegen. Niks mis mee eigenlijk. Het lijkt op het OMOV-principe. Waar het echter mis gaat, is dat ook de stemmen meegeteld worden van de makelaars die niet de vergadering bezoeken en ook niet gestemd hebben. Daarbij komt, dat afdelingen vrij zijn om 100% voor of 100% tegen te stemmen. Het is haast onvoorstelbaar dat er zo zwart wit met voorstellen omgegaan wordt. Het bijzondere bij een stemming gisteren was, dat er afdelingen waren die compleet voor of compleet tegen stemden. Wordt de wil van de makelaars in Den Haag en Amsterdam, die 100% voor resp. tegen stemden, zo goed weerspiegeld? Waar blijft de verantwoordelijkheid van de individuele vertegenwoordiger, die daar zonder last of ruggespraak zit en alle argumenten afwegende de noodzakelijk beste keuze maakt? Wat de uitslag onbevredigend maakte (voor mij althans), was dat 1 grote afdeling het verschil had kunnen maken.
Het was sneu voor het bestuur, dat had er veel tijd in gestoken en was met een afgewogen voorstel gekomen. Een goed compromis, dat echter werd afgeschoten vanwege zaken die niet tot het eigenlijke onderwerp behoorden.
Degenen die de stemming wonnen waren hier ook niet blij mee.
Misschien toch nog eens kijken naar een nea verenigings dimokratia.
Mark Faasse
Binnen het CDA geldt in een aantal gevallen het One Man One Vote (OMOV) principe. Dat is natuurlijk best gevaarlijk, want een stemming kan dan beïnvloed worden door een toevallig hoge opkomst van voor- of tegenstanders van een standpunt. Toen het CDA vorige jaar over het kabinet Rutte moest gaan stemmen, werden de spelregels tussentijds niet veranderd, men hield vast aan het OMOV-principe en met een tweederde meerderheid werd ingestemd met het huidige kabinet. Een prachtig staaltje partijdemocratie, dat live op tv werd uitgezonden.
Binnen de NVM kennen we een gewogen stem per afdeling. Er zijn pakweg 3600 wonenmakelaars en de stem van Zeeland, waar we 55 leden hebben, telt dus voor 1,5%. Bij de landelijke stemming dient de vertegenwoordiger dan aan te geven hoe er binnen de afdeling gestemd wordt. Bij voorbeeld 60% voor, 40% tegen. Niks mis mee eigenlijk. Het lijkt op het OMOV-principe. Waar het echter mis gaat, is dat ook de stemmen meegeteld worden van de makelaars die niet de vergadering bezoeken en ook niet gestemd hebben. Daarbij komt, dat afdelingen vrij zijn om 100% voor of 100% tegen te stemmen. Het is haast onvoorstelbaar dat er zo zwart wit met voorstellen omgegaan wordt. Het bijzondere bij een stemming gisteren was, dat er afdelingen waren die compleet voor of compleet tegen stemden. Wordt de wil van de makelaars in Den Haag en Amsterdam, die 100% voor resp. tegen stemden, zo goed weerspiegeld? Waar blijft de verantwoordelijkheid van de individuele vertegenwoordiger, die daar zonder last of ruggespraak zit en alle argumenten afwegende de noodzakelijk beste keuze maakt? Wat de uitslag onbevredigend maakte (voor mij althans), was dat 1 grote afdeling het verschil had kunnen maken.
Het was sneu voor het bestuur, dat had er veel tijd in gestoken en was met een afgewogen voorstel gekomen. Een goed compromis, dat echter werd afgeschoten vanwege zaken die niet tot het eigenlijke onderwerp behoorden.
Degenen die de stemming wonnen waren hier ook niet blij mee.
Misschien toch nog eens kijken naar een nea verenigings dimokratia.
Mark Faasse
maandag 24 januari 2011
Met cynisme schieten we niets op
Over de pogingen van met name NVM-voorzitter Ger Hukker om de woningmarkt vlot te trekken wordt alom schamper gedaan. Ik las een redactioneel commentaar in mijn krant, wat blijk gaf van vooroordelen over onze beroepsgroep. Dit riep bij mij de gedachte op dat de betreffende scribent, rond de 60 jaar oud, met een wit T-shirt onder zijn overhemd en een te dikke buik van de riante, door de vakbond bij elkaar gebokste arbeidsvoorwaarden, gefrustreerd over de neergang van de PvdA, zijn gal wilde spugen. Maar misschien was het wel geschreven door een leuke vrouw met een koket rokje en hoge hakken.
Helemaal bont maakte Kees de Kort, dagelijkse commentator op BNR, het. Hij vergeleek de huizenbezitters met de houders van aandelen. Die kregen eind 2008 zware klappen te verduren en grote waardedalingen van hun bezit. Huizenverkopers moesten ook maar flink zakken met hun prijs, dan was de woningmarkt direct weer gezond.
Nu kan De Kort wel een snor hebben, maar verder zegt dat helemaal niets. De vergelijking tussen aandelen- en huizenbezitters gaat niet op. Een huis is een primaire levensbehoefte. Aandelen bezit je uit overvloed. Een halvering van de waarde van je aandelenbezit kun je wel even volhouden. Halvering van de waarde van je woning leidt tot enorme problemen.
Er is bekend dat er enkele tienduizenden mensen klem zitten met hun huis; vanwege scheiding, verhuizing, dubbele woonlasten, te hoge hypotheek, geen belangstelling voor hun woning enz.. Die mensen zouden acuut moeten verkopen, om hun problemen op te lossen of enigszins binnen de perken te houden. Er worden echter maar ca. 10.000 woningen per maand verkocht, dus het einde van de lijdensweg is voor veel gedupeerden nog lang niet in zicht.
Makelaars zijn bekend met die situaties en de meesten van ons voelen zich daar ook bij betrokken. Dat verklaart ook de houding van Ger Hukker, dat hij veel bespreekbaar wil maken, omdat we anders de komende jaren maar blijven aanmodderen. Het is natuurlijk zo, dat voor een makelaar niet de hypotheekrenteaftrek een doel is, maar een goed functionerende woningmarkt wel. Het zou prettig zijn, als ook andere actoren op de woningmarkt iets verder zouden willen gaan denken dan hun eigen belang. Tegen Kees de Kort zou ik willen zeggen denk eens verder dan je huurflatje in De Bijlmer, maar ik blijf naar je luisteren.
Mark Faasse
Helemaal bont maakte Kees de Kort, dagelijkse commentator op BNR, het. Hij vergeleek de huizenbezitters met de houders van aandelen. Die kregen eind 2008 zware klappen te verduren en grote waardedalingen van hun bezit. Huizenverkopers moesten ook maar flink zakken met hun prijs, dan was de woningmarkt direct weer gezond.
Nu kan De Kort wel een snor hebben, maar verder zegt dat helemaal niets. De vergelijking tussen aandelen- en huizenbezitters gaat niet op. Een huis is een primaire levensbehoefte. Aandelen bezit je uit overvloed. Een halvering van de waarde van je aandelenbezit kun je wel even volhouden. Halvering van de waarde van je woning leidt tot enorme problemen.
Er is bekend dat er enkele tienduizenden mensen klem zitten met hun huis; vanwege scheiding, verhuizing, dubbele woonlasten, te hoge hypotheek, geen belangstelling voor hun woning enz.. Die mensen zouden acuut moeten verkopen, om hun problemen op te lossen of enigszins binnen de perken te houden. Er worden echter maar ca. 10.000 woningen per maand verkocht, dus het einde van de lijdensweg is voor veel gedupeerden nog lang niet in zicht.
Makelaars zijn bekend met die situaties en de meesten van ons voelen zich daar ook bij betrokken. Dat verklaart ook de houding van Ger Hukker, dat hij veel bespreekbaar wil maken, omdat we anders de komende jaren maar blijven aanmodderen. Het is natuurlijk zo, dat voor een makelaar niet de hypotheekrenteaftrek een doel is, maar een goed functionerende woningmarkt wel. Het zou prettig zijn, als ook andere actoren op de woningmarkt iets verder zouden willen gaan denken dan hun eigen belang. Tegen Kees de Kort zou ik willen zeggen denk eens verder dan je huurflatje in De Bijlmer, maar ik blijf naar je luisteren.
Mark Faasse
Labels:
Hukker,
hypotheekrenteaftrek,
Kees de Kort,
NVM,
woningmarkt
woensdag 12 januari 2011
Loopgravenoorlog
Vandaag had ik met de andere afdelingsvoorzitters van de NVM de kwartaalbijeenkomst over de woningmarkt, voorafgaand aan de landelijke presentatie morgenochtend 10.00 u. Wij zijn makelaars, dus houden ons netjes aan de opgelegde geheimhouding en er wordt dan ook niets van te voren gelekt.
Deze bijeenkomst wordt altijd voortreffelijk ingeleid door Ger Hukker, van wie je zou denken dat cijfertjes zijn grote hobby zijn. Wat deze bijeenkomsten ook zo aantrekkelijk maken, zijn de sprekers die daar uitgenodigd worden. Daar zijn coryfeeën bij als Eelco Brinkman en vandaag hadden we Hans Hoogervorst van de AFM en Karel Schiffer van de NHG.
Enkele highlights:
Hoogervorst van de AFM wil de hoogte van de hypotheeklening in relatie tot de waarde van de woning beperken. Dus een lagere ‘Loan to Value’ (LTV). Je mag daarom in de toekomst minder lenen van hen. Ze hebben onderzoek gedaan en daaruit is gebleken dat dit nagenoeg geen negatieve effecten op de woningmarkt heeft.
Schiffer van de NHG, wil op basis van gegevens van het NIBUD dat de kopers van een huis, de maximale hypotheeklast verminderen. Een lagere hypotheeklast leidt er toe, dat mensen minder kunnen lenen, dus ook minder voor een huis kunnen betalen. Ze hebben onderzoek gedaan en daaruit is gebleken dat dit nagenoeg geen negatieve effecten op de woningmarkt heeft.
Zo werkt het dus blijkbaar. Een organisatie kijkt naar zijn eigen functioneren en veegt zijn straatje schoon. Dat al die niet verstorende maatregelen bij elkaar opgeteld er voor zorgen dat de woningmarkt flink verstoord blijft, deert hen waarschijnlijk wel, maar blijkbaar hebben ze er geen boodschap aan.
Deze maatregelen zijn bedoeld voor nieuwe toetreders op de markt of woningeigenaren die doorstromen. Het raakt echter alle woningeigenaren die de laatste 10 jaar maximaal gefinancierd hebben. Die blijven door dit soort maatregelen zitten met een hypotheek die hoger is dan de waarde van hun woning. Dat is dan jammer, maar dat valt buiten de competentie van de AFM en NHG.
Gaat het nu zo slecht met de bestaande hypotheken in Nederland? Het tegendeel is waar. Er zijn 1,2 miljoen hypothecaire leningen met NHG. Daarvan ging het in 2010 in 1341 keer fout. Gemiddelde onbetaalde restschuld van € 30.000, een flink bedrag, maar als je ziet wat een goed functionerende woningmarkt doet voor de economie is het een te verwaarlozen bedrag. Het is veel minder dan de stimuleringsmaatregelen kosten en de NHG heeft nog een zeer grote buffer.
Schiffer had ook laten onderzoeken waar het fout ging in die 1341 gevallen. 18% door werkloosheid, 43% door (echt)scheiding. Dan heb ik een (te) simpele oplossing: meer leningen verstrekken aan alleenstaande zelfstandigen. Die kunnen niet scheiden of ontslagen worden. Weet je hoe moeilijk het is voor die mensen om een hypotheek te krijgen?
Het zou goed zijn als alle betrokken partijen uit hun loopgraven zouden komen. Een heleboel mensen kunnen geen huis kopen omdat ze geen hypotheek kunnen krijgen, maar hebben een te hoog inkomen voor een huurwoning. De regering doet niets, terwijl die de partijen rond de tafel moet zien te krijgen. Zoals ik al in een vorige blog schreef: Donner Do your Ding!
Mark Faasse
Deze bijeenkomst wordt altijd voortreffelijk ingeleid door Ger Hukker, van wie je zou denken dat cijfertjes zijn grote hobby zijn. Wat deze bijeenkomsten ook zo aantrekkelijk maken, zijn de sprekers die daar uitgenodigd worden. Daar zijn coryfeeën bij als Eelco Brinkman en vandaag hadden we Hans Hoogervorst van de AFM en Karel Schiffer van de NHG.
Enkele highlights:
Hoogervorst van de AFM wil de hoogte van de hypotheeklening in relatie tot de waarde van de woning beperken. Dus een lagere ‘Loan to Value’ (LTV). Je mag daarom in de toekomst minder lenen van hen. Ze hebben onderzoek gedaan en daaruit is gebleken dat dit nagenoeg geen negatieve effecten op de woningmarkt heeft.
Schiffer van de NHG, wil op basis van gegevens van het NIBUD dat de kopers van een huis, de maximale hypotheeklast verminderen. Een lagere hypotheeklast leidt er toe, dat mensen minder kunnen lenen, dus ook minder voor een huis kunnen betalen. Ze hebben onderzoek gedaan en daaruit is gebleken dat dit nagenoeg geen negatieve effecten op de woningmarkt heeft.
Zo werkt het dus blijkbaar. Een organisatie kijkt naar zijn eigen functioneren en veegt zijn straatje schoon. Dat al die niet verstorende maatregelen bij elkaar opgeteld er voor zorgen dat de woningmarkt flink verstoord blijft, deert hen waarschijnlijk wel, maar blijkbaar hebben ze er geen boodschap aan.
Deze maatregelen zijn bedoeld voor nieuwe toetreders op de markt of woningeigenaren die doorstromen. Het raakt echter alle woningeigenaren die de laatste 10 jaar maximaal gefinancierd hebben. Die blijven door dit soort maatregelen zitten met een hypotheek die hoger is dan de waarde van hun woning. Dat is dan jammer, maar dat valt buiten de competentie van de AFM en NHG.
Gaat het nu zo slecht met de bestaande hypotheken in Nederland? Het tegendeel is waar. Er zijn 1,2 miljoen hypothecaire leningen met NHG. Daarvan ging het in 2010 in 1341 keer fout. Gemiddelde onbetaalde restschuld van € 30.000, een flink bedrag, maar als je ziet wat een goed functionerende woningmarkt doet voor de economie is het een te verwaarlozen bedrag. Het is veel minder dan de stimuleringsmaatregelen kosten en de NHG heeft nog een zeer grote buffer.
Schiffer had ook laten onderzoeken waar het fout ging in die 1341 gevallen. 18% door werkloosheid, 43% door (echt)scheiding. Dan heb ik een (te) simpele oplossing: meer leningen verstrekken aan alleenstaande zelfstandigen. Die kunnen niet scheiden of ontslagen worden. Weet je hoe moeilijk het is voor die mensen om een hypotheek te krijgen?
Het zou goed zijn als alle betrokken partijen uit hun loopgraven zouden komen. Een heleboel mensen kunnen geen huis kopen omdat ze geen hypotheek kunnen krijgen, maar hebben een te hoog inkomen voor een huurwoning. De regering doet niets, terwijl die de partijen rond de tafel moet zien te krijgen. Zoals ik al in een vorige blog schreef: Donner Do your Ding!
Mark Faasse
Labels:
AFM Hukker,
Donner,
Hoogervorst,
NHG,
NVM,
Schiffer,
woningmarkt
vrijdag 24 december 2010
Donner, do your Ding!
De laatste tijd worden we met nieuwe vormen van woningnood geconfronteerd. Veel aandacht kregen de huurders van sociale huurwoningen die een inkomen van meer dan € 33.614 verdienen. Als ze willen verhuizen naar een andere sociale huurwoning komen ze slechts in aanmerking voor 10% van de vrijgekomen huurwoningen. Dat zal voor de meesten van hen inhouden dat ze moeten blijven waar ze zitten, omdat de overstap naar een koopwoning duur zal zijn, en ook omdat er minder aanbod is van duurdere huurwoningen.
Het andere geval van woningnood is het tegenovergestelde: mensen die niet van hun eigen woning afkomen. Sommigen hebben 2 woningen, een te hoge hypotheek, ze vragen te veel voor hun woning of er is simpelweg geen belangstelling voor hun pand. D. van der Wouw, onderzoeker van Scoop signaleerde dit type woningnood onlangs in Zeeland.
Deze 2 groepen van slachtoffers van woningnood zou elkaar perfect uit de brand kunnen helpen. Ongetwijfeld liggen deze groepen fysiek uit elkaar. Maar maatregelen die genomen worden, brengen totaal geen verbetering in hun lot. Eerder zijn die er op gericht om de bestaande situatie, waarin bijna iedereen blijft zitten, te bestendigen. Het wordt moeilijker om een hypotheek te krijgen. De marges op hypotheken zijn te hoog. Subsidies worden gekort.
Er is in Nederland altijd veel aandacht voor je, als je tot een groep behoort die in een hoek zit waar de slagen vallen. Op de woningmarkt echter ondervindt bijna iedereen die wil verhuizen op een of andere manier problemen. Nog afgezien van degenen wienr inkomen ervan afhankelijk is.
Het zou prettig zijn, als minister Donner, een intellectueel van formaat, die nu sinds kort ‘wonen’ in zijn portefeuille heeft, met samenhangend beleid komt en enkele gordiaanse knopen door hakt.
Op de huizenmarkt heerst een erg barre winter. Wellicht goed om alle rayonhoofden bij elkaar te roepen om samen een goede tocht te organiseren.
Mark Faasse
Het andere geval van woningnood is het tegenovergestelde: mensen die niet van hun eigen woning afkomen. Sommigen hebben 2 woningen, een te hoge hypotheek, ze vragen te veel voor hun woning of er is simpelweg geen belangstelling voor hun pand. D. van der Wouw, onderzoeker van Scoop signaleerde dit type woningnood onlangs in Zeeland.
Deze 2 groepen van slachtoffers van woningnood zou elkaar perfect uit de brand kunnen helpen. Ongetwijfeld liggen deze groepen fysiek uit elkaar. Maar maatregelen die genomen worden, brengen totaal geen verbetering in hun lot. Eerder zijn die er op gericht om de bestaande situatie, waarin bijna iedereen blijft zitten, te bestendigen. Het wordt moeilijker om een hypotheek te krijgen. De marges op hypotheken zijn te hoog. Subsidies worden gekort.
Er is in Nederland altijd veel aandacht voor je, als je tot een groep behoort die in een hoek zit waar de slagen vallen. Op de woningmarkt echter ondervindt bijna iedereen die wil verhuizen op een of andere manier problemen. Nog afgezien van degenen wienr inkomen ervan afhankelijk is.
Het zou prettig zijn, als minister Donner, een intellectueel van formaat, die nu sinds kort ‘wonen’ in zijn portefeuille heeft, met samenhangend beleid komt en enkele gordiaanse knopen door hakt.
Op de huizenmarkt heerst een erg barre winter. Wellicht goed om alle rayonhoofden bij elkaar te roepen om samen een goede tocht te organiseren.
Mark Faasse
Labels:
huren,
NVM,
van der Wouw,
verkopen,
woningcorporaties,
woningmarkt
vrijdag 26 november 2010
15 cl Hoegaarden
Soms ben je verrast dat je zo plezierig als klant geholpen wordt. Een poosje geleden dronk ik een biertje op de luchthaven van Brussel. Een zeer beleefde jongeman, vermoedelijk noordafrikaans van huis uit, vroeg of ik een grote of een medium wilde. Nu heb ik altijd wel dorst, maar het was nog vroeg, dus doe maar een medium, maakte ik hem duidelijk. Met voldoening stelde ik vast dat hij het glas op zijn Engels voltapte, bijna geen schuim. Het was wel meer dan 2 keer zo duur als wat je in een Belgisch cafeeke betaalt, maar je weet, op een luchthaven zijn de prijzen altijd hoog. Een glas van 33 cl wat bijna overloopt van fris smakelijk witbier is prettig als je nog een tijdje moet wachten. Toevallig keek ik later op het kassabonnetje en zag ik, dat daar een glas van 50 cl Hoogaarden in rekening was gebracht. Mijn aanvankelijke blijheid over de klantvriendelijkheid sloeg om in teleurstelling en sarcasme over het gemiddelde uurloon dat een groot bedrijf als een luchthaven uit wil betalen.
Denk nu niet, dat je dat alleen in België overkomt. Ik rijd regelmatig naar het midden van het land, vanwege mijn lidmaatschap van de NVM en als ik dan op de terugweg weer lang onderweg ben, vind ik dat ik mijn fileleed mag compenseren met een gehaktstaaf uit de automatiek bij een benzinestation. Gelukkig leest Marianne mijn vrouw mijn blogs niet, dus komt ze er niet achter dat ik me daaraan bezondig. Je mag er meestal zelf een saus bij doen, en ik maak dan zelf een combinatie van fritessaus en mosterdsaus. Ik kan het iedere hongerige automobilist aanraden. Onlangs was echter de fritessaus op, maar er was een alleraardigste dame aan het schoonmaken, die het euvel spontaan constateerde en direct zei dat ze een volle emmer fritessaus ging halen. Daar wil ik wel even op wachten, maar dat duurde zo lang, dat mijn gehaktstaaf koud begon te worden. Ik kon ook niet om hulp vragen aan de kassa achter de kogelvrije ramen, vanwege de rij die er voor stond. Dus koos ik maar eieren voor mijn geld.
Als je klantvriendelijk wil opereren, moet je dat van het begin tot het eind doen. Zo hadden we onlangs tijdens een NVM-vergadering een discussie over de website funda. Deze site is zeer populair onder woonconsumenten en dat wil de directie daarvan graag zo houden. Maar de concurrentie ligt steeds op de loer. Niet iedere makelaar vindt, om begrijpelijke reden als je je eigen toko moet runnen, dat iedere andere aanbieder van onroerende zaken zo maar toegang tot funda mag krijgen. Aan de andere kant, als je wil blijven excelleren op de consumentenmarkt geldt er maar 1 ding: doen wat de klant vraagt. Een collega uit het Gooi herinnerde de vergadering er nog eens fijntjes aan, dat we een aantal jaren geleden ons denkpatroon gingen veranderen van pandgericht naar klantgericht. Klant is Koning! Dat geldt des te meer in de huidige ‘uitdagende’ tijd.
Mark Faasse
Denk nu niet, dat je dat alleen in België overkomt. Ik rijd regelmatig naar het midden van het land, vanwege mijn lidmaatschap van de NVM en als ik dan op de terugweg weer lang onderweg ben, vind ik dat ik mijn fileleed mag compenseren met een gehaktstaaf uit de automatiek bij een benzinestation. Gelukkig leest Marianne mijn vrouw mijn blogs niet, dus komt ze er niet achter dat ik me daaraan bezondig. Je mag er meestal zelf een saus bij doen, en ik maak dan zelf een combinatie van fritessaus en mosterdsaus. Ik kan het iedere hongerige automobilist aanraden. Onlangs was echter de fritessaus op, maar er was een alleraardigste dame aan het schoonmaken, die het euvel spontaan constateerde en direct zei dat ze een volle emmer fritessaus ging halen. Daar wil ik wel even op wachten, maar dat duurde zo lang, dat mijn gehaktstaaf koud begon te worden. Ik kon ook niet om hulp vragen aan de kassa achter de kogelvrije ramen, vanwege de rij die er voor stond. Dus koos ik maar eieren voor mijn geld.
Als je klantvriendelijk wil opereren, moet je dat van het begin tot het eind doen. Zo hadden we onlangs tijdens een NVM-vergadering een discussie over de website funda. Deze site is zeer populair onder woonconsumenten en dat wil de directie daarvan graag zo houden. Maar de concurrentie ligt steeds op de loer. Niet iedere makelaar vindt, om begrijpelijke reden als je je eigen toko moet runnen, dat iedere andere aanbieder van onroerende zaken zo maar toegang tot funda mag krijgen. Aan de andere kant, als je wil blijven excelleren op de consumentenmarkt geldt er maar 1 ding: doen wat de klant vraagt. Een collega uit het Gooi herinnerde de vergadering er nog eens fijntjes aan, dat we een aantal jaren geleden ons denkpatroon gingen veranderen van pandgericht naar klantgericht. Klant is Koning! Dat geldt des te meer in de huidige ‘uitdagende’ tijd.
Mark Faasse
donderdag 11 maart 2010
Krimpgebied = Kansgebied
is de titel van een rapport wat door de NVM geschreven is, om de problematiek van Krimp te adresseren vanuit het perspectief van de makelaar. In de krimpgebieden is ca. 70% van de woningen particulier eigendom en die private personen hebben geen spreekbuis richting de overheid. De enige die daar wel aan tafel zit, is de woningcorporatie. De NVM-makelaar kan dit gat op een deskundige manier invullen.
Ik heb zelf meegewerkt aan de totstandkoming van dit rapport en me sterk gemaakt voor opname daarin van de tweede woning. We onderscheiden diverse soorten tweede woningen: de zomerwoning, de woning voor recreatieve verhuur en de deeltijdwoning. Met name de deeltijdwoning biedt kansen in de krimpregio’s. Men werkt elders 3-5 dagen en heeft daar ook een woning en de rest van de week wordt de quality time gespendeerd in de tweede woning. In die omgeving raakt men vervolgens ook sociaal verankerd en als de werkzame tijd afneemt, of afloopt, verblijft men full time in de voormalige deeltijdwoning. Ik woon aan de Noordzeekust en zie dit verschijnsel overal om me heen plaats vinden.
Ik verkocht op een gegeven moment een fors huis aan een alleenstaande oudere vrouw, een Nederlandse, die in Duitsland gewoond had, en op de Roompot een caravan had. Ik moet eerlijk bekennen, dat ik pas nadat ze bij de notaris ondertekend had, durfde te vragen waarom ze eigenlijk zo’n huis kocht. Ze moest er wel om lachen en zei dat ze zelfs haar auto bij ons op het dorp kocht. Dat deed ik nog niet eens. Ze nam deel aan het sociale leven en schonk zelfs een nieuwe piano aan de kerk. Dit soort mensen zijn een verrijking voor de gemeenschap.
Duitsers kennen een 1er en 2er Wohnsitz, maar veel toeristische gemeenten hebben hiervoor een allergie ontwikkeld, die een dieptepunt kreeg in het indertijd beruchte Kortgeense model. Hiervan werden beelden op de Duitse tv getoond dat een tweede huis van een brave Duitser verzegeld werd. Die wetgeving dateert echter uit de jaren ’70, de tijd dat men over minder vrije tijd beschikte, de bevolking als geheel ook jonger was en er minder (gespreide) welvaart was.
Wat ook een heel belangrijke rol speelde indertijd was de contingentering, een maximering van het aantal nieuw te bouwen woningen. De woningen die door buutendiekers gekocht werden, zorgden voor een prijsopdrijvend effect en op verminderde kansen van de locale bevolking om hun woonwensen te realiseren. Elke gemeente voerde wel een ander beleid en nu, 20-30 jaar later, zie je dat het allemaal toch niet zo veel uitmaakte.
Er is nu een nieuw tijdperk aangebroken , waar het bij nieuwbouwprojecten een noodzaak zal zijn om het concept van deeltijdwonen er in te betrekken, om een project te realiseren. Er moet immers in een bepaalde tijd 70% van de woningen verkocht worden, voordat men aan de slag gaat. Vooralsnog bespeur ik bij veel overheden koudwatervrees, maar laten we het vooral beschouwen als een kans.
Mark Faasse
Ik heb zelf meegewerkt aan de totstandkoming van dit rapport en me sterk gemaakt voor opname daarin van de tweede woning. We onderscheiden diverse soorten tweede woningen: de zomerwoning, de woning voor recreatieve verhuur en de deeltijdwoning. Met name de deeltijdwoning biedt kansen in de krimpregio’s. Men werkt elders 3-5 dagen en heeft daar ook een woning en de rest van de week wordt de quality time gespendeerd in de tweede woning. In die omgeving raakt men vervolgens ook sociaal verankerd en als de werkzame tijd afneemt, of afloopt, verblijft men full time in de voormalige deeltijdwoning. Ik woon aan de Noordzeekust en zie dit verschijnsel overal om me heen plaats vinden.
Ik verkocht op een gegeven moment een fors huis aan een alleenstaande oudere vrouw, een Nederlandse, die in Duitsland gewoond had, en op de Roompot een caravan had. Ik moet eerlijk bekennen, dat ik pas nadat ze bij de notaris ondertekend had, durfde te vragen waarom ze eigenlijk zo’n huis kocht. Ze moest er wel om lachen en zei dat ze zelfs haar auto bij ons op het dorp kocht. Dat deed ik nog niet eens. Ze nam deel aan het sociale leven en schonk zelfs een nieuwe piano aan de kerk. Dit soort mensen zijn een verrijking voor de gemeenschap.
Duitsers kennen een 1er en 2er Wohnsitz, maar veel toeristische gemeenten hebben hiervoor een allergie ontwikkeld, die een dieptepunt kreeg in het indertijd beruchte Kortgeense model. Hiervan werden beelden op de Duitse tv getoond dat een tweede huis van een brave Duitser verzegeld werd. Die wetgeving dateert echter uit de jaren ’70, de tijd dat men over minder vrije tijd beschikte, de bevolking als geheel ook jonger was en er minder (gespreide) welvaart was.
Wat ook een heel belangrijke rol speelde indertijd was de contingentering, een maximering van het aantal nieuw te bouwen woningen. De woningen die door buutendiekers gekocht werden, zorgden voor een prijsopdrijvend effect en op verminderde kansen van de locale bevolking om hun woonwensen te realiseren. Elke gemeente voerde wel een ander beleid en nu, 20-30 jaar later, zie je dat het allemaal toch niet zo veel uitmaakte.
Er is nu een nieuw tijdperk aangebroken , waar het bij nieuwbouwprojecten een noodzaak zal zijn om het concept van deeltijdwonen er in te betrekken, om een project te realiseren. Er moet immers in een bepaalde tijd 70% van de woningen verkocht worden, voordat men aan de slag gaat. Vooralsnog bespeur ik bij veel overheden koudwatervrees, maar laten we het vooral beschouwen als een kans.
Mark Faasse
Abonneren op:
Posts (Atom)